Betere diagnostiek bij DCIS en borstkanker

DCIS is een zogenaamd kalkspatje in de borst. Dit wordt gezien als een mogelijk voorstadium van borstkanker. Hoe maakt de arts een goede beslissing over de te nemen vervolgstappen?

Bij een knobbeltje in de borst of tijdens het reguliere bevolkingsonderzoek wordt er een mammografie van de borst gemaakt. Als de foto wijst op DCIS*, een mogelijk voorstadium van borstkanker, haalt de radioloog een stukje weefsel uit de borst weg voor pathologisch onderzoek. Dit weghalen noemen we een naaldbiopt. De patholoog bekijkt dit biopt en beoordeelt het weefsel. Bijvoorbeeld of het goedaardig is, of er DCIS aanwezig is of dat er al sprake is van borstkanker.

Standaard wordt na de diagnose DCIS de gehele afwijking (plek of knobbel) in de borst operatief verwijderd. Bij 20-25% van de patiënten blijkt na de operatie dat in de afwijking naast DCIS ook borstkanker zit. In dat geval is een tweede operatie nodig om ook de schildwachtklier te verwijderen. Dit is de lymfeklier waar een mogelijke uitzaaiing als eerste naartoe gaat.

Nog voor de operatie wordt bepaald of een patiënt met diagnose DCIS waarschijnlijk ook echt borstkanker heeft. Op deze manier wordt voorkomen dat patiënten opnieuw geopereerd moeten worden om de schildwachtklier te laten verwijderen. Om dit te bepalen zijn er een aantal beslisregels opgesteld. Helaas zijn de beslisregels niet nauwkeurig genoeg, waardoor sommige patiënten achteraf toch nog een tweede operatie nodig hebben. Ook komt het voor dat bij patiënten ten onrecht de schildwachtklier verwijderd is.

Dit onderzoek heeft als doel de deze beslisregels te verfijnen. Daarvoor wordt bij patiënten met DCIS het naaldbiopt uitgebreider onderzocht en wordt er aanvullende een MRI-onderzoek gedaan voor de operatie.

* DCIS is de medische afkorting van: ductaal carcinoma in situ; een voorstadium van borstkanker