Hormonale behandeling en risico op baarmoedertumoren

Bij de behandeling van hormonale borstkanker wordt vaak Tamoxifen voorgeschreven. Tamoxifen remt hormoon-afhankelijke tumorgroei, wat de kans op terugkeer van de tumor sterk verkleint. Een van deze bijwerkingen is echter een grotere kans op baarmoederkanker. Onduidelijk is hoe dit werkt. Dit onderzoek probeert te voorspellen hoe hoog het individueel risico is op het krijgen van een baarmoedertumor na de behandeling met Tamoxifen. Daarnaast wordt de invloed van Tamoxifen op celdeling onderzocht.

Wat is de status van het project, zijn er resultaten?
Er zijn twee eiwitten ontdekt die de tumorcel kunnen laten groeien in de aanwezigheid van Tamoxifen. Eén daarvan blijkt verhoogd aanwezig in baarmoedertumoren die zich snel ontwikkelen na Tamoxifen behandeling. Momenteel wordt er onderzoek gedaan of dit eiwit al meer aanwezig is in de baarmoedercellen voor de behandeling van borstkanker.

Wat is de impact voor de borstkankerpatiënt?
Als het eiwit al vóór de behandeling verhoogd aanwezig is, kan dat een voorspeller zijn voor een verhoogd risico heeft op baarmoederkanker. Deze patiënten zouden ervoor kunnen kiezen om een andere hormonale therapie te krijgen voor de bestrijding van borstkanker, zoals aromataseremmers.

Hoewel tamoxifengebruik het risico op een baarmoeder tumor vergroot, is het aantal borstkankerpatiënten die als gevolg van tamoxifen behandeling een baarmoedertumor ontwikkelt gelukkig klein. Dit neemt niet weg dat patiënten die tamoxifen voorgeschreven krijgen zich grote zorgen kunnen maken om dit bijeffect van tamoxifenbehandeling. Een verhoogd risico op een baarmoedertumor als een direct gevolg van borstkankerbehandeling is beangstigend. Met een voorspellende test kan deze zorg in de toekomst worden weggenomen. En wanneer er wel een verhoogd risico op tamoxifengeassocieerde baarmoederkanker wordt aangetoond, zou de patiënt ervoor kunnen kiezen om een andere hormonale therapie te krijgen voor de bestrijding van borstkanker, zoals aromataseremmers.

Wat is de status ven hat project?
(voorjaar 2015)
We testen momenteel of specifieke mutaties in het Oestrogen Receptor (ESR1) gen correleren met endometriumcarcinoom ontwikkeling. Dit gen blijkt frequent gemuteerd te zijn in endocrine therapie-resistente mammacarcinoom, waarbij de mutaties resulteren in een Oestrogeen Receptor die juist geactiveerd wordt door tamoxifen. Omdat dit fenotype ook wordt waargenomen in endometriumcarcinoom, zouden ESR1 mutaties ook in endometriumcarcinoom na tamoxifen behandeling kunnen zijn verrijkt. Deze analyses zullen binnenkort worden gestart, en betreft een samenwerking met het lab van prof. Myles Brown (Dana-Farver Cancer Institute, Harvard).