Het effect van een beweegprogramma op vermoeidheid bij borstkanker (PACT studie)

De overlevingskansen voor vrouwen met borstkanker zijn de afgelopen decennia aanzienlijk verbeterd. Ondanks dat zijn er veel patiënten die last hebben van fysieke en psychosociale gevolgen, waarvan vermoeidheid één van de grootste problemen is. Bovendien houdt vermoeidheid vaak lang aan, ook nadat de behandeling is afgelopen.

Wat is de aanleiding voor dit onderzoek?
De overlevingskansen voor vrouwen met borstkanker zijn de afgelopen decennia verbeterd. Ondanks dat zijn er veel patiënten die last hebben van fysieke en psychosociale gevolgen, waarvan vermoeidheid één van de grootste problemen is. Bovendien houdt vermoeidheid vaak lang aan, ook nadat de behandeling is afgelopen.
Beweegprogramma’s tijdens en na chemotherapie zouden gunstige effecten kunnen hebben op vermoeidheid als gevolg van kanker. Hierdoor verbetert mogelijk ook de kwaliteit van leven. De biologische werkingsmechanismen hiervoor zijn nog niet bekend. Deze studie (PACT-studie) onderzoekt of een beweegprogramma bij borstkanker patiënten tijdens chemotherapie de vermoeidheid verlaagt en welke biologische processen hieraan mogelijk ten grondslag liggen.Het is bekend dat fysieke beweegprogramma’s tijdens en na chemotherapie gunstige effecten laten zien op vermoeidheid als gevolg van kanker. Hierdoor verbetert ook de kwaliteit van leven. De biologische verklaring hiervoor is echter nog niet bekend. Deze studie onderzoekt welke biologische processen hieraan ten grondslag liggen.

Hoe wordt de studie uitgevoerd?
Een groep vrouwen met een recente diagnose van borstkanker kreeg een beweegprogramma aangeboden. Dit programma duurde 18 weken en bevatte duur- en krachttraining. De vrouwen begonnen met het programma binnen 6 weken nadat ze de diagnose hadden gekregen en trainden twee keer per week onder begeleiding gedurende steeds één uur. Op drie andere dagen waren zij thuis zelfstandig lichamelijk actief. Daarnaast was er nog een controlegroep. Deze groep kreeg normale zorg (zonder beweegprogramma) aangeboden.
Wij hebben de ontstekingsactiviteit in het bloed van de patiënten gemeten om te onderzoeken of lichaamsbeweging de ontstekingsactiviteit verlaagt en hierdoor een positief effect op de vermoeidheid heeft. Bij alle vrouwen zijn vragenlijsten afgenomen om de vermoeidheid te meten en fitheidstesten gedaan. Ook werd bloed geprikt, voor en direct na het beweegprogramma en nog eens na 9 maanden. Daarbij werd gekeken naar een aantal eiwitten en belangrijke stoffen in het bloed.

Wat zijn de resultaten?
Aan de PACT studie hebben 204 patiënten met borstkanker deelgenomen. Daarnaast deden ook 33 patiënten met colonkanker mee. De patiënten zijn ad random toegewezen aan een gesuperviseerd (duur- en kracht-) trainingsprogramma (n=102) of reguliere zorg (n=102). De patiënten met borstkanker die aan de trainingsinterventie deelnamen rapporteerden na de 18 weken durende interventie significant minder vermoeidheid, en dan met name minder fysieke vermoeidheid, vergeleken met de controlegroep. Op de lange termijn, 9 maanden na inclusie, waren de interventie deelnemers nog steeds minder (fysiek) vermoeid, maar was er geen statistisch significant verschil meer met de controles. Direct na de fysieke training hadden de patiënten meer spierkracht en duurvermogen. Over het algemeen kan vastgesteld worden, dat de patiënten in de controlegroep ook fysiek actief waren: 56% gaf aan hetzelfde aantal minuten per week te sporten als aan de patiënten in de interventie groep gevraagd was.

Bloedafname werd één jaar na start van de PACT studie toegevoegd aan de metingen. 94 patiënten waren bereid om bloed te geven, 61 patiënten hebben dit meermaals gedaan. Bij alle patiënten naam de ontstekingsactiviteit toe tijdens chemotherapie. Patiënten in de beweeggroep hadden geen significant lagere ontstekingsactiviteit vergeleken met de controlegroep. Redenen hiervoor zijn mogelijk het grote effect van chemotherapie op de ontstekingsactiviteit, het hoge activiteitenniveau van de patiënten in de controlegroep of de relatief kleine groep waarvan we bloedmonsters ter beschikking hadden.
Samenvattend, een 18 weken durend gesuperviseerd bewegingsprogramma tijdens de behandeling voor borstkanker zorgt voor significant minder (fysieke) vermoeidheidsklachten en betere fitheid. De onderliggende mechanismen moeten verder onderzocht worden.
Een bekend werkingsmechanisme is van belang voor acceptatie van de interventie, ook kan de interventie daarop toegespitst worden.
Een bewegingsprogramma lijkt een goede toevoeging aan de reguliere zorg voor patiënten die adjuvant worden behandeld met chemotherapie. We bevelen in elk geval aan dat elke patiënt het advies krijgt om tijdens de behandeling van kanker fysiek actief te blijven. Net als in andere studies hebben wij geen medische redenen gevonden om terughoudend te zijn met trainen tijdens chemotherapie.

Welke impact heeft dit voor de patiënt?
Resultaten van de PACT studie onderbouwen het advies om tijdens adjuvante behandeling voor borstkanker actief te zijn. De patiënten waren fitter na de training en minder moe. Ook in de week van de chemotherapie waren patiënten in staat, soms met aangepaste intensiteit, het beweegprogramma te volgen. Net als in andere studies hebben wij geen medische redenen gevonden om terughoudend te zijn met trainen tijdens chemotherapie.
Er zijn geen effecten gevonden op de ontstekingsactiviteit. Onderzoek bij een grotere groep patiënten zal hierover meer uitsluitsel geven.