Doelgerichtere combinatiebehandeling bij uitgezaaide borstkanker

Na de overgang worden vrouwen met hormoongevoelig borstkanker effectief behandeld met hormonale therapie met een aromataseremmer. Het toevoegen van de stof everolimus aan een aromataseremmer blijkt van toegevoegde waarde bij vrouwen met hormoongevoelig borstkanker die ongevoelig zijn (geworden) voor een aromataseremmer. De combinatie, die met serieuze bijwerkingen gepaard gaat, werkt echter niet bij iedereen. Om vrouwen met uitgezaaide borstkanker wel de lusten maar niet de lasten te laten ondervinden is het doel om een genetisch profiel in de metastase (uitzaaiing) van de patiënt te identificeren die voorspelt of de combinatie therapie zinvol is. Hierdoor kunnen patiënten sneller en doelgerichter worden behandeld, zonder onnodig te worden blootgesteld aan vervelende behandelingen.

John Martens

Wat is de aanleiding voor het onderzoek?
Na de overgang worden vrouwen met hormoongevoelig borstkanker effectief behandeld met hormonale therapie met een aromataseremmer. Recent is bij uitgezaaide borstkanker aangetoond dat de stof everolimus de effectiviteit van een aromataseremmer (exemestaan) flink verbetert. Helaas gaat deze combinatietherapie gepaard met ernstige toxiciteit (giftigheid), wat erg vervelende effecten heeft op de patiënt. Het is dus van groot belang te kunnen inschatten welke patiënten baat hebben bij de combinatietherapie zodat zij die dat niet hebben een beter alternatief kan worden geboden. Recent is komen vast te staan dat iedere borstkanker een unieke genetische opmaak heeft. Het is daarom onze verwachting dat de genetische opmaak van iedere borstkanker afzonderlijk bepaalt of een gekozen therapie werkzaam zal zijn.

Wat is het doel van het onderzoek?
Ons doel is om de genetische opmaak van uitzaaiingen van borstkanker te bepalen bij patiënten die behandeld gaan worden met exemestaan in combinatie met everolimus om te kunnen achterhalen wie baat heeft bij deze behandeling en wie niet.

Hoe wordt het onderzoek uitgevoerd?
Om gevoeligheid c.q. resistentie te begrijpen wordt bij postmenopauzale patiënten (vrouwen na de overgang) met hormoongevoelige borstkanker een uitgebreide genetische analyse gedaan op een stukje weefsel (biopt). Dit gebeurt bij een toegankelijke uitzaaiing voor de start van de combinatietherapie én net na toename van de ziekte. In het laboratorium wordt het tumor DNA (uit het biopt) aan een zeer uitgebreide genetische analyse onderworpen (namelijk voor 1972 genen uit 19 kanker geassocieerde signaalpaden te analyseren). De DNA analyses van patiënten die veel baat bleken te hebben bij de combinatietherapie zullen vergeleken worden met de analyses van patiënten die er geen baat bij hadden.

Wat zijn de te verwachten resultaten?
Het vergelijken van de genetische opmaak van een uitzaaiing (metastase) van patiënten die wel of geen baat hebben bij de combinatietherapie (met exemestaan en everolimus) maakt het in de toekomst mogelijk alleen patiënten op basis van de genetische opmaak, waarbij de behandeling met de combinatietherapie baat heeft, te behandelen. Het vergelijken van de genetische opmaak van een metastase die bij start van de behandeling aanvankelijk baat had bij de behandeling met diezelfde metastase op het moment dat de therapie uitgewerkt is, geeft direct inzicht in de genetische veranderingen die hebben bijgedragen aan het ongevoelig worden voor de combinatietherapie. Deze genetische veranderingen geven informatie waarom resistentie optreedt en kunnen tevens aanknopingspunten zijn om gerichte vervolgbehandeling in te zetten bij die patiënten.

Wat is de impact en relevantie voor de borstkankerpatiënt?
Het kunnen bepalen van de genetische oorzaak van het al dan niet effectief zijn van deze combinatietherapie stelt de arts in staat om patiënten met de juiste genetische opmaak te selecteren voor de behandeling met exemestaan en everolimus. Hiermee wordt de effectiviteit van deze combinatietherapie verbeterd, onnodige toxiciteit voorkomen en worden kosten bespaard. Daarnaast kan aan patiënten bij wie van tevoren resistentie voor de combinatie is vastgesteld, of na behandeling is ontstaan, op basis van de genetische opmaak het best beschikbare alternatief worden aangeboden zonder tijd te verliezen.

Financiering
Dit onderzoek financieren we in delen. Het eerste deel van € 349.924,- is toegekend in 2013-2014.

Interview in Blad B van Borstkankervereniging Nederland
Lees het artikel in Blad B, editie 15, winter 2015