MICRA trial: voorkomen van overbehandeling van de borst door te voorspellen wat de werkzaamheid is van neo-adjuvante chemotherapie bij jonge vrouwen

Als bij een bepaalde groep patiënten vóór de operatie voorspeld kan worden bij wie geen tumor in de borst meer aanwezig is ten gevolge van een goede werking van de chemotherapie, kan bij deze vrouwen een operatie achterwege gelaten worden en kan worden volstaan met bestraling van de borst.

Wat is de aanleiding voor dit onderzoek?
Jaarlijks wordt bij meer dan 17.000 vrouwen in Nederland de diagnose borstkanker gesteld, waarbij 1 op de 10 patiënten jonger is dan 45 jaar. Deze jonge vrouwen worden vaak behandeld met chemotherapie.
De afgelopen decennia is borstkankeronderzoek met name gericht op het afstemmen van de behandeling op de specifieke patiënt, de geïndividualiseerde behandeling. Zo wordt er bij de toediening van chemotherapie gekeken wat voor subtype borstkanker de patiënt heeft en wordt de therapie daarop afgestemd. Waar de chemotherapie voorheen meestal na de operatie werd gegeven, wordt deze nu steeds vaker voor de operatie (neo-adjuvant) gegeven. Op deze manier kan worden geobserveerd of de chemotherapie goed effect heeft en eventueel aangepast dient te worden wanneer dit niet zo is.
Bij bepaalde subtypen van borstkanker (triple negatieve en Her2 positieve borstkanker) leidt deze voorbehandeling met chemotherapie er bij 40-75% van de behandelde vrouwen toe dat er geen levende tumorcellen meer te zien zijn in het borstweefsel dat na de chemotherapie wordt verwijderd. Bij deze vrouwen is het dan achteraf niet nodig geweest om (een deel van) de borst te verwijderen en is er sprake van overbehandeling. Deze vormen van borstkanker komen relatief vaak voor bij jonge vrouwen. Bij deze vrouwen wordt niet alleen de systemische behandeling op maat geven maar ook een lokale behandeling op maat om zo overbehandeling en de hierbij komende bijwerkingen en nadelige effecten te voorkomen. Als vóór de operatie voorspeld kan worden bij welke patiënten geen tumor in de borst meer aanwezig is ten gevolge van een goede werking van de chemotherapie, kan bij deze vrouwen een operatie achterwege gelaten worden en kan worden volstaan met bestraling van de borst. Zo wordt een belangrijke bijdrage geleverd aan de cure maar ook aan de care van deze grote groep jonge vrouwen, door hun kwaliteit van leven te verbeteren.
MICRA staat voor: Minimaal Invasieve Complete Remissie Analyse

Wat is het doel?

Overbehandeling van de borst voorkomen door te voorspellen bij welke patiënten na voorbehandeling met chemotherapie geen tumor in de borst resteert.

Hoe wordt het onderzoek uitgevoerd?

Bij vrouwen met borstkanker die behandeld worden met neo-adjuvante chemotherapie, wordt na afloop hiervan een MRI scan gemaakt. Als hierop geen tumor meer te zien is, krijgen zij een uitnodiging voor deelname aan deze studie. Hierbij zal, direct voorafgaand aan de geplande operatie van de borst, onder narcose een aantal biopten worden genomen van het gebied waar aanvankelijk de tumor zat. De weefseluitslagen van de biopten worden vergeleken met die van het bij de operatie verwijderde borstweefsel.

Wat zijn de te verwachten resultaten en wat is de impact voor de borstkankerpatiënt?
Er wordt gedacht dat door gegevens van het tumortype, de MRI scan en de biopten te combineren, goed te voorspellen is of er wel of niet nog levende tumorcellen aanwezig zijn na de chemotherapie. Als er geen tumorcellen meer aanwezig zijn, is een operatie van de borst niet meer nodig. Hierdoor kunnen bij veel, met name jonge, patiënten de nadelen van een borstsparende operatie worden voorkomen zoals een lelijk of pijnlijk litteken, verharding van het litteken of vervorming van de borst.
Dit heeft een positief effect op de kwaliteit van leven van vrouwen na de behandeling van borstkanker.