Het effect van afvallen met of zonder sporten op het borstkankerrisico: de SHAPE II studie

Uit eerder onderzoek weten we dat veel factoren die het risico op borstkanker verhogen moeilijk te beïnvloeden zijn bijvoorbeeld als de ziekte in je familie voorkomt, als je op jonge leeftijd voor het eerst menstrueert, of juist op latere leeftijd in de overgang komt of nooit zwanger bent geweest. Een risicofactor die wel beïnvloed kan worden is te weinig lichaamsbeweging.

Wat was de aanleiding voor dit project?
Te weinig lichaamsbeweging is één van de weinige risicofactoren voor borstkanker die mensen zelf kunnen beïnvloeden. Vrouwen die regelmatig lichamelijk actief zijn hebben een lagere kans hebben op borstkanker dan vrouwen die niet actief zijn. Het is echter niet bekend op welke manier (meer) bewegen bijdraagt aan het verlagen van het risico op borstkanker: komt dit doordat vrouwen afvallen? Of komt het doordat meer beweging op zich iets verandert in het lichaam?

Hoe is het project uitgevoerd?
Aan de SHAPE-2 studie hebben 243 gezonde, postmenopauzale vrouwen (leeftijd 50-69 jaar) met overgewicht uit Utrecht en Enschede meegedaan. Alle deelneemsters kregen 5 weken een basisdieet om op gewicht te blijven. Hierna werden de vrouwen willekeurig verdeeld (geloot) over een dieetgroep, een beweeggroep of een controlegroep. Gedurende 16 weken volgde de dieetgroep een energiearm dieet volgens de Nederlandse richtlijnen voor gezonde voeding. De beweeggroep volgde een intensief sportprogramma (4 uur sport per
week) gecombineerd met een wat minder streng dieet. De deelneemsters uit de dieet- en combinatiegroep werden in hun afvallen begeleid door diëtisten en fysiotherapeuten. Het doel voor deze twee groepen was om 5 tot 6 kg af te vallen in 16 weken tijd. De controlegroep bleef zich aan het basisdieet houden en bleef hiermee op gewicht. Aan het begin en na afloop van de studie werden alle vrouwen uitgebreid onderzocht. Dit onderzoek bestond uit bloedafname, het meten van het vetpercentage, buikvet, lengte, gewicht, middelomtrek,
heupomtrek, fitheid en er werden vragen gesteld over lichamelijke activiteit, voeding en andere leefstijlfactoren. De veranderingen in geslachtshormonen, vetpercentage en buikvet in beide gewichtsverliesgroepen werden met elkaar en de controlegroep vergeleken.

Wat is de status van het project, zijn er resultaten?
We hebben gevonden dat afvallen door middel van beweging zorgt voor een grotere afname van lichaamsvet en daarmee tot lagere niveaus van geslachtshormonen in het bloed. Lagere niveaus van deze hormonen betekenen een lager risico op borstkanker. Het project is nu afgerond. De onderzoekers zijn bezig met het publiceren van de wetenschappelijke artikelen.

Wat is de impact voor de borstkankerpatiënt?
Postmenopauzale vrouwen met overgewicht kunnen hun risico op borstkanker verkleinen door af te vallen. Het beste is om af te vallen door een combinatie van dieet en beweging. Overgewicht en obesitas is een groeiend probleem in Nederland. Vandaar dat de resultaten van dit onderzoek een goed aanknopingspunt zijn voor preventieve maatregelen om het aantal gevallen van borstkanker in de toekomst te kunnen terugdringen.

Uit eerder onderzoek blijkt namelijk dat vrouwen die regelmatig lichamelijk actief zijn een lagere kans hebben om borstkanker te krijgen dan vrouwen die niet actief zijn. Het is echter niet bekend op welke manier (meer) bewegen bijdraagt aan het verlagen van het risico op borstkanker: komt dit omdat vrouwen afvallen? Of komt het omdat meer beweging op zich iets verandert in het lichaam?

Om dit te kunnen onderzoeken heeft het Julius Centrum van het UMC Utrecht, in samenwerking met het RIVM (Rijksinstituut voor volksgezondheid en milieu) en het Medisch spectrum Twente in Enschede, de SHAPE-2 studie opgezet die is gestart vanaf oktober 2011. De SHAPE-2 studie wordt naast Pink Ribbon gefinancierd door KWF Kankerbestrijding. Het doel van de SHAPE-2 studie is om te onderzoeken of vrouwen die afvallen, door dieet of door dieet in combinatie met een bewegingsprogramma, een verlaging krijgen in hormonen (bijv oestrogenen) die het risico op borstkanker verhogen. Dit om nieuwe inzichten te verkrijgen in het onderliggende werkingsmechanisme en om in de toekomst het risico op borstkanker mogelijk te kunnen verkleinen.

Verbonden aan dit onderzoek

• Prof. P.H.M. Peeters. arts-epidemioloog, verbonden aan het Julius Centrum, UMC Utrecht.
• Prof. J.A. Schuit, epidemioloog, verbonden aan het RIVM en de VU Amsterdam.
• Dr. E.M. Monninkhof, epidemioloog, verbonden aan het Julius Centrum, UMC Utrecht.
• Drs. W.A.M. van Gemert, arts-onderzoeker, verbonden aan het Julius Centrum, UMC Utrecht.

Update 17 mei 2017
Lees het nieuwsbericht over deze studie: Totaal lichaamsvet grotere risicofactor voor borstkanker dan buikvet