Verbeterde inschatting van borst- en eierstokkankerrisico

In dit fundamentele project wordt dieper ingezoomd op de werking van BRCA- en PALB2-genen. Welke mutaties treden op en in welke gevallen leidt dit tot een minder of helemaal niet functionerend gen? En als een gen nog maar voor 50% functioneel is, is dan ook het risico op borstkanker gehalveerd?

Waarom wordt dit project uitgevoerd?
Bij vrouwen uit families waar veel borst- en/of eierstokkanker voorkomt, kan DNA-onderzoek worden gedaan om te bepalen of het gaat om een erfelijke vorm van kanker. Er zijn in de afgelopen jaren een aantal genen gevonden (zoals BRCA1 & -2 en PALB2) waarbij erfelijke veranderingen (mutaties) in die genen het risico op borst- of eierstokkanker sterk vergroten. Vrouwen met zo’n verhoogd risico kunnen kiezen voor regelmatige controles, of preventieve maatregelen, zoals het verwijderen van borsten of eierstokken. Tot nu toe werd aangenomen dat een BRCA-genmutatie altijd voor een even hoog kankerrisico zou zorgen. Uit onderzoek blijkt het toch niet zo simpel te liggen. Er zijn mutaties waarbij de BRCA-genen helemaal niet meer werken; dan is het risico op kanker hoog. Maar er zijn ook mutaties waarbij de genen nog een beetje werken. Maar wat betekent dat voor het risico op kanker? Als zo’n gen bijvoorbeeld voor de helft nog goed werkt, is het risico op kanker dan ook de helft kleiner in vergelijking met een patiënt waarbij het gen helemaal niet meer werkt?

Wat is het doel van dit project?
Dit soort vragen staan centraal in dit fundamentele project. De onderzoekers zoomen daarbij dieper in op de werking van BRCA- en PALB2-genen. Daarbij kijken ze naar de mutaties die optreden en in welke gevallen dit leidt tot een minder, of helemaal niet functionerend gen.

Wat is de impact/relevantie voor de borstkankerpatiënt?
Jaarlijks worden zo’n 7.000 DNA-onderzoeken uitgevoerd bij adviesvragers, waarbij in 10% van de gevallen een hoog risico wordt vastgesteld. Bij nog eens 10% is het niet duidelijk of een mutatie de functie van het gen aantast. Daardoor kan niet met zekerheid worden vastgesteld of er een verhoogd kankerrisico is. De kennis uit dit project moet leiden tot een rekenmodel dat het mogelijk maakt om het kankerrisico correct en op maat in te schatten, doordat het rekening houdt met de ‘ernst’ van de mutatie. Dat is belangrijk om vrouwen met een verhoogd risico goed te kunnen informeren over hun persoonlijke risico.

In dit interview vertelt Maaike Vreeswijk meer over dit project.